Kneuzen op de racefiets: Hoe twee revaliderende mannen West-Friesland (en elkaar) overleefden
BOVENKARSPEL – Wat krijg je als je een man met hartproblemen en een man met een versleutelde kaak samen op een racefiets zet? Juist: de lamme die de blinde helpt. Op deze zonnige vrijdag 3 juli 2026 besloten Guy (import-West-Fries) en Peter (rasechte ‘West-Fries’) dat stilzitten voor watjes is. Een rustig herstelritje van 50 kilometer moest het worden. Het werd een overlevingstocht vol tegenwind, vermeende telefoondieven en een flinke portie West-Friese humor.
Rond de klok van negenen klikten de heren de fietsschoenen in de pedalen bij Bovenkarspel. Het plan was simpel: even relaxen, zonnetje pakken en een mild briesje trotseren. Dat milde briesje
bleek bij nader inzien een stevige windkracht 4 te zijn.
De vliegende patiënt
Al snel werden de rollen opmerkelijk verdeeld. Guy ontdekte dat het innemen van zware medicatie vlak voor een fietstocht ongeveer hetzelfde effect heeft als fietsen door dikke stroop. Peter daarentegen, die toch echt degene is die herstelt van een serieus hartprobleem, leek wel gezegend met een onzichtbare hulpmotor. Hij vloog op zijn ijzeren monster over de West-Friese wegen.
“Pé, mag het asjeblieft een tikkie minder?!” moest Guy herhaaldelijk naar voren hijgen. Je zou bijna vergeten wie hier nou eigenlijk de cardioloog had bezocht.
Paranoia op het bruggetje
Als amateurfotografen moest de tocht uiteraard worden vastgelegd. Bij het idyllische bruggetje over de Leiesloot langs de Leeuwerik ging het duo in de ankers voor een fotoshoot. Een vriendelijke, spontane wandelaarster bood aan om een foto van de twee wielrenners samen te maken.
Superleuk, zou je denken. Maar de Randstedelijke achtergrond van Guy begon direct op te spelen. Terwijl de dame achteruit liep voor het perfecte shot, zag Guy de bui al hangen: ‘Die neemt dadelijk een sprint, roept “doei!” en ik zie mijn telefoon nooit meer terug.’ Gelukkig bleek de achterdocht nergens voor nodig. Men bevindt zich hier tenslotte in het eerlijke West-Friesland, waar de mensen nog te vertrouwen zijn en ‘grootstedelijke kuren’ gelukkig verwaaid zijn in de polder.
Uitzicht op Zee
Via het prachtige Twisk fietsten de mannen de historie in. Peter nam direct de rol van gids op zich en hield halt bij de voormalige
beenhouwerij(?) van Piet Zee.
“Piet wie?” vroeg Guy in zijn allerbeste, weliswaar ietwat haperende West-Fries.
Peter legde uit dat Piet Zee een legendarische slager én cabaretier was, die tot in de Zaanstreek bekend stond om zijn zangerige dialect. Maar de echte grap volgde pas om de hoek. Peter wees naar het huis van de buren, waar met grote letters ‘Uitzicht op Zee’ op de gevel prijkte.
“Was de Zuiderzee hier vroeger dan zo dichtbij?” vroeg Guy in al zijn naïviteit.
Peter lachte de tranen uit de ogen. Niks geen klotsend IJsselmeerwater. De buren keken simpelweg de hele dag uit op de slagerij van Piet Zee. Guy noteerde mentaal direct een nieuwe pagina in zijn West-Friese woordenboek: wederom in de maling genomen door een local.
De ‘professionele’ fotoshoot
Na deze broodnodige cultuurles ging de reis verder richting de Broerdijk in Midwoud. Bij een lokaal molentje sloeg de fotovoorkeur van het duo weer toe. Als twee doorgewinterde National Geographic-fotografen werden de camera’s getrokken. Pas na een half uur poseren, scherpstellen en composities bepalen, keken de mannen elkaar aan: ‘Verdomme, we staan hier al dertig minuten stil.’
Snel werd er een banaan en een broodje in de mond gepropt om via Zwaagdijk de weg terug naar Bovenkarspel in te zetten. Met de wind eindelijk in de rug voelden de heren zich weer even de koningen van de weg. Na exact 54 kilometer zat de revalidatie-ronde erop. Het was tijd om de pijp aan Maarten te geven.
Maarten wie? Nee, laat maar zitten. De kaak doet pijn, het hart heeft gewerkt en de mannen zijn moe. Maar wat was het een heerlijke West-Friese dag!